Blogs
Waarom twee op de drie amateurvoetballers geblesseerd raken.
Het is een hardnekkig ritueel op de zondagochtend: amateurvoetballers die met tijgerbalsem, tape en een handvol pijnstillers hun 'kleine pijntjes' maskeren om toch het veld op te kunnen. In de amateurcultuur wordt dit vaak gezien als een teken van karakter. Een blessure is zelden een op zichzelf staand incident; het is het eindstation van een proces dat vaak al weken in stilte gaande is. Waarom slaagt de amateursport er niet in deze cyclus te doorbreken, terwijl medische stafleden bij topclubs als Liverpool FC en RSC Anderlecht blessures steeds vaker in de kiem smoren? Het antwoord ligt in het begrijpen van het lichaam als een intelligent, verbonden systeem in plaats van een verzameling losse onderdelen.

De schokkende cijfers: jaarlijks raken 620.000 amateurvoetballers geblesseerd. Dat betekent dat maar liefst 62% van de spelers elk seizoen minstens één blessure oploopt, met een gemiddelde van 1,6 blessures per speler per seizoen. De data laten een duidelijke piek zien in de maand oktober, wat wijst op een cumulatief effect van wedstrijddruk en een opbouwende vermoeidheid na de seizoensstart. Het probleem is de 'vicieuze cirkel'. Een gemiddelde herstelduur van drie weken geeft spelers een vals gevoel van veiligheid. In werkelijkheid blijven er vaak 'blessure-restanten' achter: microscopisch littekenweefsel of een verminderde proprioceptie (het vermogen om de positie van het eigen lichaam waar te nemen). Zonder volledige revalidatie en aandacht voor deze restanten blijft het lichaam compenseren. Dit leidt onherroepelijk tot recidieven of nieuwe 'non-contact' letsels op schijnbaar ongerelateerde plekken in het lichaam.
Een cruciaal concept in de sportwetenschap is de Allostatic Load: de totale som van stressoren die het zelfherstellend vermogen van het lichaam uitput. Wanneer deze belasting te hoog wordt, ontstaat er een laaggradige ontsteking. Dit is een immuunsysteem dat 'overuren' draait zonder dat er een duidelijke lokale infectie is. De laaggradige ontsteking is een licht verhoogde activiteit van een deel van het immuunsysteem als gevolg van een niet lokale ontsteking van lage intensiteit. Deze ontsteking kan heel lang symptoomloos verlopen. De oorzaken liggen vaak buiten de lijnen: chronische stress, slaapgebrek en voeding (zoals een overmaat aan omega-6 of darmproblematiek). Deze factoren putten de metabolische reserves uit, waardoor weefsels kwetsbaar worden voor mechanische belasting die ze normaal gesproken prima zouden kunnen verdragen. Het lichaam breekt dan letterlijk af onder een 'normale' sportieve belasting omdat het systeem niet meer kan adapteren. Om te begrijpen waarom een voetballer weken na een ogenschijnlijk onschuldige hoofdbotsing plotseling zijn kruisband kan scheuren of een enkel kan verstuiken, moeten we kijken naar de myofasciale ketens van Thomas Myers. Het lichaam werkt volgens het principe van tensegrity: een balans tussen spanning (fascia) en compressie (botten). Myers vergelijkt dit systeem met een 'Silken Tent' (een zijden tent), waarbij de centrale paal alleen stabiel staat dankzij de onderlinge spanning van talloze zijden draden. Een verstoring aan het ene uiteinde beïnvloedt onherroepelijk het andere. De medische staf bij topclubs ziet nu in dat een mild hoofdtrauma de neurologische aansturing van de gehele keten kan verstoren. Wanneer de 'spanning' in de tent niet meer klopt, faalt de stabiliteit in de knie of enkel bij de eerstvolgende explosieve actie. De kunst van de osteopaat is dan ook om te weten waar hij de spanning moet herstellen, in plaats van alleen de plek te behandelen waar het pijn doet.
Om deze risico's meetbaar te maken voordat een speler daadwerkelijk iets voelt, wordt de Bunkie-test ingezet. Deze functionele prestatietest meet het spieruithoudingsvermogen van de fasciale ketens in specifieke 'plank'-posities.Een studie aan het College Sutherland onderzocht de invloed van osteopathische correcties aan de osseuze aanhechtingspunten (de plekken waar fascia aan het bot hecht) van deze ketens. Omdat botweefsel in feite 'dens geworden fascia' is, spelen deze aanhechtingspunten een cruciale rol in de neurologische feedback naar het brein. De resultaten toonden een significant verschil (p < 0.05) tussen de behandelgroep en de controlegroep. Hoewel de verbetering ten opzichte van de placebogroep met een p-waarde van 0,07 net niet statistisch significant was (op de 5%-grens), wijst de trend op een klinisch relevant positief effect op het spieruithoudingsvermogen. Het herstellen van de balans in deze ketens verlaagt de allostatic load, waardoor het lichaam weer adequaat kan reageren op de intensiteit van een wedstrijd.
Bij clubs als Liverpool FC en RSC Anderlecht is de 'Head of Osteopathy' de medische speurneus die patronen ontwart. Frigyes Vanden Auweele (Liverpool) en Tim Wattez (Anderlecht) kijken naar de complexe relatie tussen neurologie, vasculariteit en organen. Een speler kan bijvoorbeeld herhaaldelijk last krijgen van zijn hamstrings na een periode van darmklachten (diarree). Dit is geen toeval, maar een klinisch verklaarbare neurovasculaire relatie tussen de darmen en de spieren. De verschuiving van 'quick fixes' (zoals ontstekingsremmers) naar structurele preventie is daar de standaard. Zoals Tim Wattez stelt: "Teams moeten 120% inzetten op preventie vandaag. Een probleem in de kiem smoren voor het ontluikt, is goud waard."
Conclusie: De hoge blessurecijfers in het amateurvoetbal zijn geen voldongen feit, maar een symptoom van een eenzijdige focus op symptoombestrijding. Om de vicieuze cirkel te doorbreken: erken de impact van allostatic load, begrijp de tensegrity van je myofasciale ketens en zie in dat een oude blessure of zelfs een lichte botsing weken later elders voor problemen kan zorgen. Dus: bezoek je osteopaat.
Jeroen van Duursen, 29 januari 2026
5 Mechanische feiten van je knie
Inleiding: Meer dan een Scharnier
Beschouw je knie even niet als een gewricht, maar als de meest geavanceerde schokdemper die de natuur ooit ontwierp—een die zichzelf smeert, zijn eigen positie in de ruimte voelt en zichzelf op slot kan zetten om energie te besparen. Wat als elke stap die je zet, wordt aangestuurd door een biomechanische intelligentie die je tot nu toe over het hoofd hebt gezien?
Achter de basale functie van buigen en strekken gaat een wereld van complexe interacties, verborgen structuren en slimme fysiologische oplossingen schuil. Van een ingebouwd 'slot' dat energie bespaart tot een 'zesde zintuig' dat de hersenen continu informeert, de knie is veel intelligenter dan je zou vermoeden. In dit artikel onthullen we vijf onverwachte feiten over je knie die je perspectief op dit gewricht voorgoed zullen veranderen en je bewuster maken van de complexiteit achter elke stap die je zet.
--------------------------------------------------------------------------------
1. Het "Vergeten" Gewricht Dat Je Knie Stabiliseert
Wanneer we aan de knie denken, focussen we op de verbinding tussen het dijbeen (femur) en het scheenbeen (tibia). Maar net daaronder bevindt zich een klein, historisch onderschat gewricht dat een cruciale rol speelt: het proximaal tibiofibulair gewricht (PTFJ).

- Het PTFJ is een klein synoviaal gewricht dat de bovenkant van het scheenbeen (tibia) en het kuitbeen (fibula) met elkaar verbindt. Hoewel klein, is zijn functie aanzienlijk.
- Het speelt een sleutelrol in de stabiliteit van het onderbeen en de enkel. Tijdens het optrekken van de voet (dorsaalflexie) draagt dit gewricht ongeveer 16% van de axiale belasting, wat de krachten helpt verdelen.
- Een belangrijk inzicht in de functie van het PTFJ komt van de "uneven settling theory" (theorie van ongelijke zetting). Disfunctie in dit kleine gewricht, bijvoorbeeld door instabiliteit, kan ervoor zorgen dat de fibula iets naar beneden zakt. Hierdoor daalt ook de laterale (buitenkant) zijde van het tibiaplateau, waardoor het tibiaplateau kantelt en de druk op het mediale (binnenste) compartiment van de knie onevenredig toeneemt. Dit kan op termijn bijdragen aan de ontwikkeling van artrose aan de binnenzijde van de knie.
Problemen in dit 'vergeten' gewricht kunnen via de kinetische keten doorwerken naar andere delen van het lichaam, zoals de enkel en de heup. Dit benadrukt het belang van een holistische kijk op het lichaam, waarbij een klein, onopvallend gewricht de oorzaak kan zijn van klachten elders.
2. Je Knie Heeft een Ingebouwd "Slot"
De knie is geen eenvoudig scharnier dat alleen maar open en dicht klapt. Het bezit een verrassend en efficiënt mechanisme dat bekendstaat als het "screw-home" mechanisme. Dit is een ingebouwd slot dat de knie stabiliseert wanneer je staat.
- Tijdens de laatste 15 tot 30 graden van de strekbeweging gebeurt er iets bijzonders: het onderbeen (tibia) roteert ongeveer 5 tot 10 graden naar buiten ten opzichte van het dijbeen (femur).
- Deze subtiele rotatie zet de knie als het ware 'op slot' in een volledig gestrekte positie. Dit creëert maximale stabiliteit en contact tussen de gewrichtsvlakken, waardoor de spieractiviteit van de quadriceps (dijbeenspieren) aanzienlijk vermindert die nodig is om rechtop te blijven staan. Het is dus een zeer energie-efficiënt systeem.
- Dit mechanisme wordt veroorzaakt door de vorm van de botten. Het gewrichtsoppervlak van de mediale femurcondyl (de binnenste bolling van het dijbeen) is langer dan dat van de laterale condyl. Hierdoor moet de tibia een kleine draai maken om de beweging compleet te maken.
- Om de knie weer te kunnen buigen, moet dit slot actief worden 'ontgrendeld'. De popliteus-spier, een kleine spier in de knieholte, initieert een lichte interne rotatie van de tibia, waardoor de knie weer vrij kan bewegen.
3. Het Kraakbeen Drinkt, Maar Heeft Geen Bloedvaten
Kraakbeen is het gladde, veerkrachtige weefsel dat de uiteinden van onze botten bedekt en zorgt voor een wrijvingsloze beweging. Maar hoe overleeft dit weefsel en blijft het gezond? Het antwoord ligt in een uniek voedingssysteem.
- Kraakbeen is 'avasculair', wat betekent dat het geen eigen bloedvaten heeft om voedingsstoffen en zuurstof aan te voeren of afvalstoffen af te voeren.
- Deze cruciale taak wordt overgenomen door de gewrichtsvloeistof, ook wel synoviale vloeistof genoemd. Deze stroperige vloeistof, die zich in het gewrichtskapsel bevindt, levert alle benodigde voedingsstoffen en zuurstof aan de kraakbeencellen.
- De gewrichtsvloeistof heeft een dubbelfunctie. Naast voeding dient het ook als een superieur 'smeermiddel' om wrijving te minimaliseren en als een 'schokdemper' om de klappen tijdens beweging op te vangen.
- Dit mechanisme verklaart waarom artrose zo'n impact heeft. Bij artrose verandert de samenstelling van de gewrichtsvloeistof. De concentratie van hyaluronzuur neemt bijvoorbeeld af, waardoor de vloeistof dunner wordt en zijn smerende en voedende eigenschappen verliest. Dit leidt tot meer wrijving, pijn, stijfheid en verdere kraakbeenschade.
4. Je Knie Heeft een "Zesde Zintuig"
Je kunt je ogen sluiten en toch precies weten of je knie gebogen of gestrekt is. Dit vermogen, dat we als vanzelfsprekend beschouwen, wordt proprioceptie genoemd. Het is een soort 'zesde zintuig' dat essentieel is voor coördinatie en stabiliteit.
- Proprioceptie is het onbewuste vermogen van het lichaam om de positie, beweging en oriëntatie van de ledematen in de ruimte waar te nemen, zonder dat je hoeft te kijken.
- De ligamenten in je knie, zoals de voorste kruisband (ACL), zijn veel meer dan passieve 'touwen' die de botten bij elkaar houden. Ze zitten vol met gespecialiseerde sensoren, mechanoreceptoren genaamd, die continu informatie over spanning, rek en positie naar de hersenen sturen. Dit zenuwstelsel in je banden is wat het 'screw-home' mechanisme (feit 2) zo effectief maakt; het informeert de hersenen precies wanneer de knie in die stabiele, vergrendelde positie is.
- Het belang hiervan wordt pijnlijk duidelijk na een blessure. Het 'giving way' gevoel (het gevoel door de knie te zakken) na een scheuring van de voorste kruisband wordt niet alleen veroorzaakt door mechanische instabiliteit. Het komt ook door een verstoorde 'stretch reflex' en een sterk verminderd proprioceptief vermogen, waardoor de spieren niet snel en adequaat genoeg kunnen reageren.
- Pijn zelf heeft ook een negatieve invloed op de proprioceptie. Het verstoort de signalen naar de hersenen, wat kan leiden tot stijvere, minder soepele en minder efficiënte bewegingspatronen als het lichaam probeert het gewricht te beschermen.
5. Dezelfde Beweging, Tegenovergestelde Actie
Een kniestrekking is een kniestrekking, toch? Biomechanisch gezien is het antwoord nee. Afhankelijk van of je voet vast op de grond staat of vrij in de lucht beweegt, gebeuren er binnenin het gewricht compleet tegenovergestelde dingen. Dit wordt verklaard door de 'convex-concaaf' regel.
- Het kniegewricht (tibiofemoraal gewricht) bestaat uit de bolle (convexe) uiteinden van het dijbeen (femurcondylen) en het relatief holle (concave) oppervlak van het scheenbeen (tibiaplateau).
- Bij een 'leg extension' op een machine (een open-keten oefening) is je voet vrij. De concave tibia beweegt op de stabiele, convexe femur. Hierbij rollen en glijden de gewrichtsvlakken in dezelfde richting (naar voren) om de strekking te voltooien.
- Bij een squat (een gesloten-keten oefening) staat je voet vast op de grond. De convexe femur beweegt nu op de stabiele, concave tibia. Terwijl je omhoog komt om de strekbeweging te maken, rolt de femur naar voren en glijdt tegelijkertijd naar achteren. De rol en de glijbeweging vinden dus plaats in tegengestelde richtingen.
Dit ingenieuze mechanisme zorgt ervoor dat het gewricht gecentreerd en stabiel blijft, ongeacht de beweging die wordt uitgevoerd. Het is een fascinerend voorbeeld van hoe het lichaam de gewrichtsmechanica naadloos aanpast aan de taak, of je nu een bal schopt of een zware doos optilt.
Jeroen van Duursen, 4 januari 2026
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De Onzichtbare Voorsprong: waarom de combinatie van Osteopathie en Actiontypes een eye-opener in het voetbal is

In de huidige voetbalwereld zijn de fysieke verschillen tussen spelers op papier minimaal. Iedereen is sterk, iedereen is snel, en iedereen heeft een uitgekiend voedingsplan. Maar waarom is de ene speler in de 85ste minuut nog steeds 'vrij' in zijn hoofd en bewegingen, terwijl de andere kampt met zware benen of een reactievermogen dat net een fractie te traag is?
Het antwoord ligt niet in harder trainen, maar in de revolutionaire combinatie van Osteopathie en de Actiontypes-benadering. Dit is hoe jij de paar procent winst pakt die het verschil maakt tussen een basisplaats en de tribune.
De Hardware: osteopathie als fundament
Osteopathie kijkt verder dan de plek waar de pijn zit. Voor een profvoetballer betekent dit dat we het lichaam zien als één verbonden keten. Een blokkade in de bovenste nekwervels kan via het zenuwstelsel invloed hebben op de spanning in de hamstrings. Een stugge enkel kan de oorzaak zijn van terugkerende liesklachten.
Door middel van manuele technieken zorgt de osteopaat ervoor dat de 'hardware' – je botten, gewrichten en bindweefsel – volledig vrij is van restricties.
Optimale doorbloeding: Sneller herstel na een wedstrijdm
Vrijheid in beweging: Maximale stretch en krachtoverdracht in je schot of sprint.
Blessurepreventie: Zwakke schakels worden hersteld voordat ze tot een scheur of verrekking leiden.
De Software: Actiontypes en jouw Motorische DNA
Waar osteopathie stopt bij de fysieke structuur, gaat Actiontypes een stap verder: de neurologische aansturing. Iedere voetballer heeft een natuurlijk 'motorisch profiel'. Sommige spelers zijn van nature 'top-down' (bewegen vanuit de schouders/visie), anderen 'bottom-up' (bewegen vanuit de heupen/kracht).
De wet van de minste weerstand: Een speler die beweegt volgens zijn Actiontype-profiel verbruikt minder energie, reageert sneller op onverwachte situaties en behoudt zijn techniek, zelfs onder extreme vermoeidheid.
De Baanbrekende Synergie: 1 + 1 = 3
Waarom is juist de combinatie van deze twee zo krachtig voor een voetballer?
1. Gepersonaliseerd Herstel
Een osteopaat die jouw Actiontype kent, behandelt niet alleen de blessure, maar houdt rekening met jouw voorkeursbewegingen. Als jij een speler bent die rotatie nodig heeft voor zijn stabiliteit, zal de osteopaat extra focussen op de mobiliteit van delen van de ruggengraat en bekken om jouw specifieke motoriek te ondersteunen.
2. Mentale Scherpte door Fysieke Vrijheid
Wanneer je fysieke systeem (Osteopathie) vrij is van blokkades en je beweegt zoals je brein dat wil (Actiontypes), bespaar je enorme hoeveelheden neurologische energie omdat een zenuwcel veel meer energie gebruikt dan een spiercel. In de absolute topfase van een wedstrijd is dit het verschil: jij hebt nog de mentale ruimte voor die splijtende pass, terwijl je directe tegenstander vecht tegen zijn eigen lichaam.
3. Explosiviteit en Timing
Door Actiontypes en osteopathie te integreren, weet je precies welke 'triggers' jouw spieren optimaal activeren. Gecombineerd met een lichaam dat door de osteopaat perfect is uitgelijnd, resulteert dit in een explosiviteit die je concurrent mist. Jouw reactietijd is korter omdat er geen 'ruis' op de lijn zit.
Waarom jij fitter bent dan je concurrent
Terwijl je concurrenten blindelings de standaard protocollen volgen, werk jij aan een lichaam dat vrij is (Hardware) en een bewegingspatroon dat eigen is (Software).
Het resultaat?
Je bent minder blessuregevoelig omdat je niet tegen je natuur in beweegt.
Je herstelt sneller omdat je lymfesysteem en doorbloeding optimaal functioneren.
Je hebt een hogere handelingssnelheid omdat je motoriek en brein in perfecte harmonie zijn.
In de arena van het profvoetbal wint niet altijd de sterkste, maar de speler die het meest efficiënt met zijn energie omgaat. De combinatie van Osteopathie en Actiontypes is de sleutel tot die efficiëntie.
Wil je weten hoe een osteopatische behandeling gecombineerd met jouw specifieke Actiontype-profiel jouw hersteltijd kan verkorten?
Jeroen van Duursen, 3 janauri 2026
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De zoete sluipmoordenaar: hoe suiker leidt tot chronische ontstekingen
We weten allemaal dat te veel suiker niet goed voor ons is. We denken daarbij vaak aan gaatjes in onze tanden of een paar kilo extra op de weegschaal. Maar wat er in ons lichaam gebeurt na het eten van die gevulde koek of dat blikje frisdrank, is een stuk ingewikkelder en serieuzer.
Er is een directe lijn te trekken tussen suikerconsumptie, je insulinespiegel en het ontstaan van zogenaamde laaggradige ontstekingen (low-grade inflammation). In deze blog duiken we in dit proces en leggen we uit waarom die suikerpiek meer invloed heeft op je gezondheid dan je denkt.
De achtbaan: van suiker naar insuline
Zodra je koolhydraten (en met name snelle suikers) eet, worden deze omgezet in glucose. Deze glucose komt in je bloedbaan terecht, waardoor je bloedsuikerspiegel stijgt.
Je lichaam wil deze bloedsuikerspiegel stabiel houden. Daarom geeft je alvleesklier direct een signaal af om het hormoon insuline te produceren. Zie insuline als de sleutel die de deuren van je lichaamscellen opent. Dankzij insuline kan de glucose uit je bloed de cellen in, waar het wordt gebruikt als energie.
Tot zover is er niets aan de hand; dit is een natuurlijk proces. Het probleem ontstaat echter bij overdaad en frequentie.
Wanneer de bel blijft gaan: insulineresistentie
In ons huidige westerse dieet eten we vaak de hele dag door suikerrijke producten. Hierdoor moet de alvleesklier overuren draaien en is er constant veel insuline in het bloed aanwezig.
Vergelijk het met een deurbel. Als er af en toe iemand aanbelt (insuline), doe je open (cel neemt glucose op). Maar als de bel de hele dag onafgebroken rinkelt, word je 'doof' voor het geluid en doe je niet meer open. Dit noemen we insulineresistentie.
Je cellen reageren niet meer goed op insuline. Het gevolg?
Je bloedsuikerspiegel blijft hoog.
Je alvleesklier maakt nog meer insuline aan om die cellen toch open te krijgen.
Je krijgt torenhoge insulinespiegels in je bloed (hyperinsulinemie).
De link met laaggradige ontstekingen
Hier komt de cruciale link naar ontstekingen. Hoge insulinespiegels en insulineresistentie zetten een kettingreactie in gang die leidt tot ontstekingen:
1. Opslag van visceraal vet
Als je cellen vol zitten en niet meer open gaan, wordt de overtollige energie opgeslagen als vet. Dit gebeurt vaak rondom de organen in de buikholte (visceraal vet). Dit buikvet is geen passief weefsel; het is hormonaal zeer actief en produceert continu pro-inflammatoire cytokines. Dit zijn stofjes die het immuunsysteem activeren en ontstekingen aanwakkeren.
2. Oxidatieve stress
Een constant hoge bloedsuikerspiegel zorgt voor 'versuikering' van eiwitten in je bloed (glycatie) en veroorzaakt oxidatieve stress. Dit beschadigt je cellen. Je immuunsysteem ziet deze schade en reageert met een ontstekingsreactie om het op te ruimen.
3. Het vuur smeult: laaggradige ontsteking
In tegenstelling tot een acute ontsteking (zoals een rode, dikke enkel na een verstuiking), voel je laaggradige ontsteking niet direct. Het is een sluimerend proces. Het immuunsysteem staat continu 'aan', maar op een laag pitje.
Op de lange termijn wordt dit in verband gebracht met diverse welvaartsziekten, waaronder hart- en vaatziekten, type 2 diabetes, gewrichtsklachten en zelfs depressie.
Hoe doorbreek je de cirkel?

Het goede nieuws is dat je veel invloed hebt op dit proces door je voedingspatroon aan te passen. Het doel is om je bloedsuikerspiegel stabieler te houden, zodat je alvleesklier rust krijgt en je cellen weer gevoelig worden voor insuline.
Praktische tips:
Vermijd vloeibare suikers: Frisdranken en sappen zorgen voor de snelste pieken.
Eet vezels: Vezels vertragen de opname van suikers in het bloed.
Gebruik olieen in de vorm van Omega3 en Omega9
Beperk eetmomenten: Probeer niet de hele dag door te grazen, maar houd het bij drie volwaardige maaltijden. Dit geeft je insulinespiegel de kans om te zakken.
Beweeg: Spieren die actief zijn, kunnen glucose opnemen zonder dat daar veel insuline voor nodig is. Krachttraining is hierbij bijzonder effectief.
Conclusie
Suiker is lekker, maar de prijs die je lichaam betaalt bij overmatige consumptie is hoog. Door te begrijpen hoe insuline werkt, zie je dat die 'energy rush' van suiker uiteindelijk leidt tot een uitgeput en ontstoken lichaam. Door slimmer te eten, kun je het vuurtje van de laaggradige ontstekingen doven en je energie terugwinnen.
Jeroen van Duursen - 1 januari 2026
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De wetenschap achter roodlichttherapie: fotobiomodulatie en spierherstel
In de wereld van topsport en revalidatie wordt Fotobiomodulatie (PBM), in de volksmond roodlichttherapie genoemd, steeds vaker ingezet. Hoewel de rode panelen er soms futuristisch uitzien, is de werking ervan geen sciencefiction. Er ligt een solide basis van duizenden peer-reviewed studies aan ten grondslag.
Maar wat gebeurt er nu precies op cellulair niveau wanneer spierweefsel wordt blootgesteld aan specifieke lichtfrequenties? In dit artikel duiken we dieper in de biochemische processen van herstel.
Het Werkingsmechanisme: Cytochroom C Oxidase
De kern van roodlichttherapie ligt in de interactie tussen lichtfotonen en onze mitochondriën (de energiecentrales van de cel). Om specifiek te zijn: het enzym Cytochroom C Oxidase (CCO).
CCO is een essentieel onderdeel van de elektronentransportketen, het proces waarmee cellen ATP (Adenosinetrifosfaat) produceren. ATP is de primaire energiedrager voor alle cellulaire functies.
De blokkade bij stress: Wanneer spieren onder druk staan (door intensieve training of trauma), ontstaat er oxidatieve stress. Hierbij bindt Stikstofmonoxide (NO) zich aan het CCO-enzym. Dit blokkeert de zuurstofopname, waardoor de ATP-productie stagneert. Gevolg: tragere celregeneratie en verzuring.
De werking van licht: Rood licht (630-660 nm) en nabij-infrarood licht (810-850 nm) hebben de unieke eigenschap dat ze deze binding tussen Stikstofmonoxide en CCO kunnen verbreken (fotodissociatie).
Het resultaat: Zuurstof kan weer binden, de mitochondriale ademhaling herstelt zich en de ATP-productie schiet omhoog. De cel beschikt direct over meer energie om herstelprocessen te initiëren.
Effecten op Spierweefsel en Ontsteking
Naast de ATP-boost, toont klinisch onderzoek diverse secundaire effecten aan die cruciaal zijn voor revalidatie:
1. Modulatie van Oxidatieve Stress en Ontsteking
Onderzoek toont aan dat PBM de balans tussen vrije radicalen (ROS) en antioxidanten verbetert. Hoewel een acute ontstekingsreactie noodzakelijk is voor herstel, zorgt PBM ervoor dat deze reactie niet doorslaat in chronische inflammatie. Het verlaagt pro-inflammatoire cytokines (ontstekingseiwitten) en stimuleert anti-inflammatoire factoren.
2. Activering van Satellietcellen
Voor spiergroei en herstel na een scheur (bijvoorbeeld een zweepslag) zijn satellietcellen onmisbaar. Dit zijn de stamcellen van de spieren. Studies suggereren dat nabij-infrarood licht de proliferatie (deling) van deze satellietcellen stimuleert, wat resulteert in een versnelde regeneratie van spiervezels en minder vorming van littekenweefsel (fibrose).
3. Angiogenese (Nieuwe Bloedvaten)
Een goede doorbloeding is essentieel voor de aanvoer van nutriënten. PBM stimuleert angiogenese: de vorming van nieuwe capillairen (haarvaatjes) rondom het beschadigde weefsel. Dit verbetert de microcirculatie langdurig, ook nadat de lichtsessie is beëindigd.
Wat zegt de literatuur over prestaties?
Verschillende meta-analyses (waaronder in het European Journal of Applied Physiology) hebben gekeken naar PBM in relatie tot sportprestaties en herstel. De consensus wijst op drie belangrijke bevindingen:
Vermindering van DOMS: Toepassing van lichttherapie direct na inspanning vermindert Delayed Onset Muscle Soreness (de spierpijn die 24-48 uur later optreedt) significant, gemeten aan de hand van bloedmarkers zoals lactaatdehydrogenase (LDH) en creatinekinase (CK).
Bifasische Dosisrespons: De wetenschap waarschuwt wel voor de dosis. Er geldt een zogenaamde 'Arndt-Schulz curve'. Te weinig licht doet niets, de juiste hoeveelheid stimuleert, maar een overdosis kan het herstelproces juist remmen. Precisie in behandeling is dus vereist. Begeleiding door een deskundige is daarom geen overbodige luxe.
Conclusie: Een bio-fysische katalysator
Roodlichttherapie is meer dan warmte of wellness; het is een bio-fysische interventie die ingrijpt op het niveau van mitochondriaal metabolisme. Voor atleten en patiënten met spierletsel biedt het een niet-invasieve methode om de fysiologische voorwaarden voor herstel te optimaliseren.
Het is geen vervanging voor fysiotherapie of rust, maar fungeert als een krachtige katalysator die de cellulaire motor sneller laat draaien wanneer dat het hardst nodig is.
Jeroen van Duursen, 30 december 2025
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De Mythe van de Ideale Beweging
In de traditionele sportwetenschap gaan we vaak uit van een 'gouden standaard': een ideaal biomechanisch model (denk aan de perfecte slag van Federer). De training is erop gericht om de atleet dit model zo nauwkeurig mogelijk te laten kopiëren. Elke afwijking wordt gezien als een 'fout' die gecorrigeerd moet worden.
Wolfgang Schöllhorn stelt echter: Niemand is gemiddeld.
Ieder lichaam is uniek (lengte, spierkracht, bouw) en verandert constant (vermoeidheid, stemming). Het proberen te persen van een uniek lichaam in een gestandaardiseerd model zorgt voor rigiditeit.
Wat is Differentieel Leren?
Differentieel leren draait het script om. In plaats van variatie te vermijden, wordt variatie juist gemaximaliseerd.
De kern van de theorie is gebaseerd op systeemdynamica en het concept van stochastische resonantie. Simpel gezegd: door 'ruis' (willekeurige variaties) toe te voegen aan een signaal, wordt het systeem gedwongen om zelf de beste oplossing te vinden.
Bij differentieel leren voer je een beweging dus nooit twee keer hetzelfde uit. Je traint expres 'fout' om je lichaam te leren wat 'goed' is.
Hoe ziet dat eruit in de praktijk?
Stel, je wilt je schiettechniek bij voetbal verbeteren. In plaats van 50 keer op doel te schieten, doe je het volgende:
Schiet met je armen strak in de lucht.
Schiet met je kin op de borst.
Schiet terwijl je je standbeen extreem buigt.
Schiet met een blinddoek om.
Schiet met een zware bal, dan een tennisbal.
Het ziet er voor een buitenstaander chaotisch uit, maar het effect is krachtig.
Waarom werkt dit?
Zelforganisatie: Door het lichaam bloot te stellen aan extreme variaties, leert het zenuwstelsel sneller wat wel en niet werkt. Het lichaam 'organiseert' zichzelf naar de meest efficiënte oplossing voor jouw lichaam op dat moment.
Adaptatie: In een wedstrijd is geen enkele situatie identiek aan de training. De bal stuitert net anders, de tegenstander duwt, het veld is glad. Iemand die "perfect" heeft getraind op één beweging, raakt in de war bij verstoring. Iemand die differentieel heeft getraind, is een meester in aanpassing.
Minder Blessures: Door niet constant dezelfde eenzijdige belasting (repetitive strain) toe te passen, maar de belasting continu te variëren, kan het risico op overbelastingsblessures afnemen.
De kernboodschap: "We leren niet door te herhalen, we leren door te variëren."
Conclusie: Omarm de Chaos
De methode van Wolfgang Schöllhorn vraagt om moed. Het voelt onnatuurlijk voor coaches om niet in te grijpen als een atleet een "rare" beweging maakt. Maar de wetenschap toont aan dat juist in die fluctuaties het echte leren plaatsvindt.
Dus, de volgende keer dat je traint: probeer het eens niet perfect te doen. Maak het moeilijk, maak het vreemd, maak het anders. Je brein (en je prestaties) zullen je dankbaar zijn.
Jeroen van Duursen, 29 december 2025
----------
Waarom standaard golftips soms blessures geven: Ontdek jouw unieke swingprofiel
1.0 Introductie: Het probleem met de 'perfecte' swing
Stel je voor: je staat op de driving range. Een pro geeft je de tip: "Je moet je knieën meer buigen, steviger staan en draaien vanuit je heupen." Je probeert het, maar het voelt krampachtig en de bal gaat nergens heen. Een week later lees je in een golfmagazine het tegenovergestelde advies: "Sta rechtop, houd je benen ontspannen en laat je armen het werk doen." Wederom: chaos en frustratie. Deze tegenstrijdige adviezen leiden niet alleen tot frustratie, maar dwingen je lichaam in onnatuurlijke patronen die blessures kunnen veroorzaken.
De reden voor deze verwarring is even simpel als revolutionair: de universele, perfecte swing bestaat niet. Wat voor Tiger Woods werkt, is vergif voor Bubba Watson.
Er bestaat geen universele swing.
De oplossing ligt niet in het imiteren van een pro's esthetiek, maar in het begrijpen van je eigen neurologie en motorische voorkeuren. Het gaat er niet om hoe je swing eruitziet, maar hoe jouw unieke brein en lichaam zijn 'bedraad' om beweging te produceren. Laten we de vier fundamentele golfprofielen verkennen om te ontdekken welke het beste bij jou past.
2.0 De vier golf-archetypes: Welk profiel ben jij?
Deze vier profielen zijn gebaseerd op twee cruciale variabelen van je motorische voorkeur:
- Bewegingsbron: Beweeg je van boven naar beneden (een Lucht-type) of van beneden naar boven (een Aarde-type)?
- Mobiel Scharnierpunt: Zit jouw natuurlijke, mobiele scharnierpunt hoog in je rug (thoracaal, rond T8-T10) of laag (lumbaal, rond L5-S1)?
De NF - De Stylist: Elegantie en Gevoel
- Profiel: Lucht
- Mobiel punt: Hoog (thoracaal)
- Golfvoorbeeld: Phil Mickelson
Dit is de speler met de elegante, ritmische swing. NF-spelers staan vaak wat rechterop met een 'hoge guard' en bewegen soepel en vloeiend. Als Lucht-type initiëren ze de swing vanuit de schouders en armen. Omdat hun mobiele punt hoog zit, is het essentieel dat hun borstkas vrij kan roteren. Ze zijn visueel ingesteld en spelen sterk op gevoel.
Belangrijk inzicht: Als jij een NF'er bent, is het zinloos om te proberen kracht uit je heupen te forceren; je kracht ligt in je soepele rotatie van je bovenlichaam.
De NT - De Architect: De Strateeg van de Baan
- Profiel: Lucht
- Mobiel punt: Laag (lumbaal - bekken)
- Golfvoorbeeld: Jordan Spieth
De NT-speler is een fascinerende combinatie. Als Lucht-type bewegen ze lichtvoetig en initiëren ze de swing van bovenaf, maar hun scharnierpunt zit laag in de onderrug. Dit maakt hen meesters in het 'sturen' van de bal. Ze visualiseren de balvlucht en hebben een relatief losse onderrug nodig om hun bovenlichaam, dat als één blok beweegt, correct te positioneren.
Belangrijk inzicht: Een NT-speler die zijn onderrug vastzet, zoals veel Aarde-types doen, blokkeert zijn eigen talent om de bal te sturen en te controleren.
De SF - De Natuurlijke Atleet: Kracht vanuit de Grond
- Profiel: Aarde
- Mobiel punt: Laag (lumbaal - bekken)
Dit is de ultieme 'grounded' speler. SF-atleten staan stevig, met een laag zwaartepunt, en halen hun kracht puur uit de grondreactie. Hun 'motor' bevindt zich in de heupen en de core, aangedreven door pure grondreactiekracht. Voor hen is het cruciaal dat ze hun bekken vrij kunnen roteren om deze kracht vanuit de grond maximaal te genereren. Ze voelen de swing primair in hun benen en core.
Belangrijk inzicht: Voor een SF-speler is de tip 'gebruik je armen meer' funest. De kracht zit in de benen en de core; de armen volgen de beweging.
De ST - De Machine: Mechanische Consistentie
- Profiel: Aarde
- Mobiel punt: Hoog (thoracaal)
Krachtig, compact en mechanisch. De ST-speler staat als een huis, met stabiele benen en een stabiel bekken als hun anker (Aarde-type). De mobiliteit en rotatie komen echter vanuit de bovenrug (hoog mobiel punt). Dit zijn de spelers die een enorme romprotatie kunnen genereren tegen een relatief 'stille' heup, wat een enorme krachtpotentie creëert.
Belangrijk inzicht: Een ST-speler dwingen om 'meer vanuit de heupen te draaien' leidt tot krachtverlies en blessures; de magie gebeurt juist in de scheiding tussen de romp en het onderlichaam.
3.0 Conclusie: Stop met kopiëren, begin met begrijpen
De mythe van de 'perfecte' swing is de grootste bron van inefficiëntie en blessures in golf. De echte doorbraak ligt niet in het imiteren van een ander, maar in het decoderen van je eigen motorische blauwdruk. Jouw beste swing wordt niet bepaald door die van een beroemde golfer, maar door jouw unieke neurologische patroon.
Door je eigen profiel te kennen en te omarmen, ontgrendel je de sleutel tot een betere, efficiëntere en vooral blessurevrije swing. Het is tijd om te stoppen met vechten tegen je natuurlijke aanleg en te beginnen met het perfectioneren van de swing die voor jou is gemaakt.
In welk profiel herken jij jezelf het meest, en welke 'standaardtip' ga je vanaf nu voorgoed negeren?
Jeroen van Duursen, 27 december 2025
----------
NeuroTracker: Het 'Geheime Wapen' voor cognitieve prestaties en breingezondheid
In de wereld van topsport en menselijke prestaties is de fysieke limiet bijna bereikt. Atleten zijn sneller, sterker en fitter dan ooit tevoren. Maar waar ligt de volgende grens? Het antwoord bevindt zich tussen de oren. De 'mentale edge' is niet langer een vaag concept over wilskracht, maar een meetbare en trainbare vaardigheid. Maak kennis met NeuroTracker: een wetenschappelijk gevalideerd systeem dat de verwerkingssnelheid van het brein radicaal verbetert.
We besteden uren in de sportschool om onze spieren te versterken, onze longinhoud te vergroten en onze techniek te verfijnen. Maar hoe vaak trainen we het orgaan dat al deze processen aanstuurt? Het menselijk brein is het commandocentrum van elke beweging en elke beslissing. NeuroTracker is ontwikkeld om precies dat centrum te upgraden. In deze blog onderzoeken we wat NeuroTracker is, de neurowetenschap erachter, en waarom het wordt gebruikt door iedereen: van Manchester United en de US Special Forces tot individuele topsporters.
Wat is NeuroTracker precies?
In de kern is NeuroTracker een softwareprogramma voor 3D Multiple Object Tracking (3D-MOT). Het klinkt futuristisch, maar het concept is verrassend elegant in zijn eenvoud.
De gebruiker zit voor een groot scherm (of draagt een 3D-bril) en ziet een virtuele kubus. In die ruimte bevinden zich acht gele ballen.
Identificatie: Vier van deze ballen lichten kort op (bijvoorbeeld oranje) om aan te geven dat dit de 'doelen' zijn.
Tracking: De ballen veranderen terug naar geel (zodat ze identiek zijn aan de andere vier 'afleiders') en beginnen willekeurig en snel door de 3D-ruimte te bewegen. Ze stuiteren tegen elkaar en tegen de wanden. De gebruiker moet de vier oorspronkelijke doelen in het oog houden.
Antwoord: Na een paar seconden stopt de beweging. De gebruiker moet aangeven welke vier ballen de doelen waren.
Het cruciale element hier is de snelheid. NeuroTracker gebruikt een zogenaamd 'staircase-algoritme'. Als je het goed hebt, gaat de snelheid bij de volgende poging omhoog. Heb je het fout, dan gaat de snelheid omlaag. Het systeem zoekt continu naar je speed threshold: het punt waarop je brein het nog net wel of net niet meer kan bijbenen.
Dit dwingt het brein om constant op maximale capaciteit te werken, wat essentieel is voor neuroplasticiteit (het vermogen van het brein om zichzelf te herbedraden).
De Wetenschap: Waarom 'Gewoon Kijken' Niet Genoeg Is
Je zou kunnen denken: "Is dit niet gewoon een computerspelletje?" Het antwoord is een volmondig nee. Dr. Jocelyn Faubert, een wereldberoemde neurowetenschapper aan de Universiteit van Montréal, ontwikkelde NeuroTracker na tientallen jaren onderzoek naar visuele perceptie.
Het unieke aan NeuroTracker is dat het inspeelt op fundamentele cognitieve functies. Het traint niet slechts één specifiek trucje (zoals Sudoku je alleen beter maakt in Sudoku), maar verbetert de 'hardware' van het brein. Dit noemen we far transfer: de vaardigheden die je in de simulatie leert, vertalen zich direct naar betere prestaties in de echte wereld.
De drie pijlers van NeuroTracker:
Aandachtsverdeling (Distributed Attention): De meeste mensen hebben een 'tunnelvisie' onder stress. NeuroTracker dwingt je om je aandacht te spreiden over een groot visueel veld. Je kunt niet naar één bal kijken; je moet het hele plaatje zien.
Werkgeheugen: Je moet onthouden welke ballen de doelen zijn terwijl ze bewegen en interacteren met afleiders. Dit belast het werkgeheugen zwaar, wat cruciaal is voor complexe besluitvorming.
Visuele Verwerkingssnelheid: Dit is de heilige graal. Hoe snel kan jouw brein een visueel signaal ontvangen, verwerken en omzetten in actie? Door continu op de drempel van falen te trainen, wordt deze verwerkingssnelheid fysiek sneller.
De Link met Sportprestaties: Het "Game Intelligence" Effect
Waarom gebruiken teams in de NFL, NHL, NBA en de Premier League dit systeem? Omdat op het hoogste niveau iedereen fit is. Het verschil wordt gemaakt in fracties van seconden.
Stel je een middenvelder in het voetbal voor. Hij heeft de bal en wordt onder druk gezet. In milliseconden moet hij:
Zien waar zijn medespelers zijn.
Zien waar de tegenstanders zijn en waar ze naartoe bewegen.
Zijn eigen balans en balcontrole behouden.
Een beslissing nemen: passen of dribbelen?
Dit is exact wat NeuroTracker simuleert, maar dan in een abstracte vorm. Het traint het brein om meerdere bewegende elementen tegelijkertijd te volgen en te voorspellen.
Onderzoek heeft aangetoond dat een verbetering in NeuroTracker-scores correleert met betere pass-nauwkeurigheid en betere besluitvorming op het veld. Het brein leert om 'ruis' (afleidingen, publiek, irrelevante bewegingen) te filteren en zich te focussen op de essentiële informatie (de bal, de medespelers, de ruimte). Dit wordt vaak omschreven als: het spel vertraagt voor de atleet. De atleet ziet de chaos, maar verwerkt deze rustiger en efficiënter.
Dual-Tasking: De Overtreffende Trap
De echte magie gebeurt wanneer atleten NeuroTracker combineren met fysieke taken. Ze doen de sessie terwijl ze op een Bosu-bal balanceren, of terwijl ze een voetbal hooghouden.
Dit dwingt het brein om cognitieve bronnen te verdelen. In het begin storten de scores in; het brein kan niet én balanceren én de ballen volgen. Maar na training leert het brein de motorische taken naar de 'achtergrond' (het onderbewuste) te verplaatsen, waardoor er meer CPU-kracht overblijft voor tactisch inzicht. Dit is essentieel voor blessurepreventie: een atleet die mentaal vermoeid is, maakt eerder motorische fouten (zoals een verkeerde landing na een sprong).
De Rol van Situational Awareness in Tactische Beroepen
Naast sport is er een tweede grote gebruikersgroep: militairen (Special Forces) en politie. Voor deze professionals is situational awareness letterlijk een zaak van leven of dood.
In een hoog-risico scenario moet een agent in een oogwenk dreigingen identificeren, burgers beschermen en tactische beslissingen nemen, terwijl de adrenaline door het lijf giert. NeuroTracker traint het vermogen om onder extreme cognitieve druk het overzicht te behouden. Het verbetert het perifere zicht (wat er in je ooghoeken gebeurt), waardoor de reactietijd op onverwachte dreigingen verbetert. Het verschil tussen een veilige afloop en een tragedie ligt vaak in de snelheid van waarneming.
Hoe ziet een trainingsschema eruit?
Een van de grootste voordelen van NeuroTracker is de tijdsinvestering. Het vereist geen urenlange sessies. Sterker nog, het brein raakt snel vermoeid bij deze intensiteit.
Een typisch protocol ("Learning Phase") bestaat uit:
Frequentie: 2 tot 3 keer per week.
Duur: Ongeveer 6 tot 8 minuten per sessie (een sessie bestaat uit 20 herhalingen van tracking).
Periode: Na ongeveer 15 tot 20 sessies is er vaak een blijvend plateau van verbetering bereikt (consolidatiefase), waarna onderhoudstrainingen volstaan.
Het systeem is zo ontworpen dat het nooit 'makkelijk' wordt. Zodra je beter wordt, gaan de ballen sneller. Je traint dus altijd in de zone van proximale ontwikkeling.
Conclusie: Een Investering in je Kapitaal
We leven in een kenniseconomie en een wereld vol afleidingen. Onze aandacht wordt continu opgeëist door notificaties, schermen en multitasking. Het vermogen om te focussen, informatie snel te verwerken en de juiste beslissingen te nemen is, meer dan ooit, ons belangrijkste kapitaal.
NeuroTracker is geen wondermiddel dat je van de ene op de andere dag in Einstein verandert. Het is een trainingshulpmiddel. Net zoals je niet sterk wordt van één keer naar de sportschool gaan, krijg je geen sneller brein van één keer tracken. Consistentie is de sleutel.
Of je nu een atleet bent die dat laatste procentje prestatiewinst zoekt, een student die zijn focus wil verbeteren, of een vijftigplusser die mentaal scherp wil blijven: de wetenschap is duidelijk. Het brein is maakbaar. De vraag is alleen: ben je bereid om het werk te doen?
NeuroTracker biedt een venster naar de potentie van ons brein. Door de visuele cortex en de cognitieve verwerkingssnelheid te trainen, verbeteren we niet alleen hoe we zien, maar ook hoe we denken en presteren in de complexe wereld om ons heen. Het is tijd om breintraining net zo serieus te nemen als fysieke training.
Voor meer informatie kun je ook contact opnemen met Marc van Lokven - www.marvaloushelath.com
Jeroen van Duursen - 26 december 2025
Het Dynamische Duo: Waarom vitamine D3 en K2 onafscheidelijk zijn
Als we het over weerstand en sterke botten hebben, is Vitamine D3 vaak de eerste die genoemd wordt. Zeker in de donkere wintermaanden slikken we het massaal. En terecht, want vitamine D is essentieel.
Maar... vitamine D3 nemen zonder zijn partner Vitamine K2 is als een auto kopen zonder stuur: je komt wel vooruit, maar je belandt misschien niet op de plek waar je wilt zijn.
Waarom horen deze twee bij elkaar? En wat is het risico als je K2 vergeet? Laten we beginnen bij de basis. Een van de belangrijkste taken van vitamine D3 is het reguleren van je calciumopname. Je eet voeding met calcium (zuivel, groenten, noten).
Vitamine D3 zorgt ervoor dat je darmen dit calcium daadwerkelijk opnemen in je bloedbaan. Zonder voldoende D3 neem je nauwelijks calcium op, hoe gezond je ook eet. D3 opent dus als het ware de voordeur van je lichaam voor calcium. Nu zit er veel calcium in je bloed. Dat klinkt goed, maar hier kan het misgaan. Calcium is namelijk een domme bouwsteen; het weet uit zichzelf niet waar het naartoe moet.
Als calcium in je bloed blijft zwerven, kan het neerslaan op plekken waar je het absoluut niet wilt hebben, zoals:
- De wanden van je bloedvaten (aderverkalking).
- Je nieren (nierstenen).
- Je gewrichten (verkalking van pezen).
Dit noemen we de Calcium Paradox: je hebt zwakke botten (te weinig calcium op de goede plek) en verkalkte aderen (te veel calcium op de slechte plek. Hier komt Vitamine K2 om de hoek kijken. K2 activeert specifieke eiwitten (zoals osteocalcine en MGP) die als een navigatiesysteem werken.
- Osteocalcine: Pakt het calcium uit het bloed en metselt het vast in je botten en tanden.
- Matrix Gla Proteïne (MGP): Voorkomt dat calcium neerslaat in je bloedvaten en houdt ze soepel.
Kort gezegd: Vitamine D3 haalt het calcium binnen, en Vitamine K2 vertelt het waar het heen moet.
Stel je een bouwplaats voor.
Calcium zijn de bakstenen.
Vitamine D3 zijn de vrachtwagens die de stenen aanvoeren.
Vitamine K2 zijn de metselaars die de stenen op de muur leggen.
Als je heel veel D3 neemt (veel vrachtwagens) maar geen K2 (geen metselaars), dan wordt de bouwplaats een chaos. De stenen worden overal gedumpt, blokkeren de weg en er wordt geen muur gebouwd.
Vitamine D3:
- De Zon: Je beste bron, maar in de winter onvoldoende.
- Voeding: Vette vis (zalm, haring), eierdooiers.
Vitamine K2 K2 is lastiger uit voeding te halen in het moderne westerse dieet.
- Natto: Gefermenteerde sojabonen (de absolute kampioen, maar een verworven smaak).
- Harde kazen: Zoals Goudse kaas of Brie.
- Eigeel & Lever: Vooral van grasgevoerde dieren.
- Gefermenteerde groenten: Zoals zuurkool.
Ben je van plan om hoge doseringen vitamine D3 te suppleren? Zorg dan dat er ook Vitamine K2 (in de vorm MK-7, de best opneembare variant) bij zit. Zo houd je niet alleen je weerstand hoog, maar zorg je ook voor sterke botten én schone bloedvaten. Het is een schoolvoorbeeld van hoe in ons lichaam niets geïsoleerd werkt; alles draait om balans en samenwerking.
Jeroen van Duursen, 25 december 2025
Mitochondriën: De Verborgen Krachtcentrales in Je Lichaam
Een artistieke weergave van een mitochondrion, de energiecentrale van de cel.
Je hebt het vast wel eens gehoord bij biologie op de middelbare school: "Mitochondriën zijn de krachtcentrales van de cel." Het is een van die zinnetjes die blijft hangen, maar wat betekent het eigenlijk? En waarom zijn deze kleine boonvormige deeltjes zo cruciaal voor onze gezondheid, energie en zelfs veroudering?
Laten we dieper duiken in de fascinerende wereld van onze cellulaire batterijen.
Wat zijn mitochondriën eigenlijk?
Mitochondriën (enkelvoud: mitochondrion) zijn organellen. Je kunt ze zien als de organen van een cel. Bijna elke cel in je lichaam bevat ze – van je huidcellen tot je spiercellen en hersencellen. Sommige cellen die veel energie verbruiken, zoals hartspiercellen, kunnen er wel duizenden bevatten!
Hun belangrijkste taak? Het produceren van ATP (adenosinetrifosfaat). ATP is de universele brandstof voor je lichaam. Of je nu een marathon loopt, een boek leest of gewoon ademt terwijl je slaapt; zonder ATP stopt alles ermee.
Hoe werken ze? (De Korte Versie)
Stel je mitochondriën voor als miniatuurverbrandingsmotoren.
Brandstof: Jij eet voedsel (koolhydraten en vetten). Je spijsvertering breekt dit af tot kleine moleculen zoals glucose en vetzuren.
Zuurstof: Je ademt zuurstof in.
De Verbranding: In de mitochondriën worden die voedingsstoffen met behulp van zuurstof 'verbrand' (geoxideerd).
Energie: Hierbij komt energie vrij die wordt opgeslagen in ATP-moleculen.
Dit proces heet cellulaire ademhaling. Het is de reden waarom we moeten eten én ademen om in leven te blijven.
Een Vreemde Oorsprong: De Oer-Bacterie
Een van de meest bizarre feiten over mitochondriën is dat ze waarschijnlijk niet als onderdeel van ons zijn begonnen. Wetenschappers geloven dat mitochondriën miljoenen jaren geleden vrijlevende bacteriën waren.
Op een dag werd zo'n bacterie 'opgeslokt' door een grotere oercel. In plaats van verteerd te worden, bleef de bacterie leven en ging een samenwerking aan: de bacterie leverde energie, en de grote cel bood bescherming. Dit heet de endosymbiosetheorie.
Het bewijs? Mitochondriën hebben hun eigen DNA (mtDNA), dat compleet verschilt van het DNA in je celkern.
Waarom zijn ze belangrijk voor jouw gezondheid?
Omdat ze aan de basis staan van je energieproductie, merk je het direct als je mitochondriën niet goed functioneren.
Vermoeidheid: Als je 'krachtcentrales' haperen, voel je je letterlijk energieloos.
Veroudering: Naarmate we ouder worden, werken onze mitochondriën minder efficiënt en produceren ze meer afvalstoffen (vrije radicalen). Dit draagt bij aan het verouderingsproces.
Stofwisseling: Ze spelen een sleutelrol in hoe snel of langzaam je vet verbrandt.
Hoe zorg je goed voor je mitochondriën?
Het goede nieuws is dat je invloed hebt op de gezondheid van je mitochondriën. Hier zijn een paar tips om ze een boost te geven:
Beweeg (vooral krachttraining en HIIT): Intensief sporten stimuleert je cellen om méér mitochondriën aan te maken.
Koude training: Blootstelling aan kou (zoals een koude douche) kan de activiteit van mitochondriën verhogen.
Slaap: Tijdens diepe slaap ruimt je lichaam beschadigde mitochondriën op.
Eet puur: Bewerkte voeding en te veel suiker kunnen de werking van mitochondriën verstoren. Voedingsstoffen zoals Co-enzym Q10 en magnesium zijn juist belangrijk voor ze.
Conclusie
Ze zijn microscopisch klein, maar hun impact is gigantisch. Zonder mitochondriën zou complex leven op aarde niet bestaan. Dus de volgende keer dat je energie hebt voor een sprintje naar de bus of een helder idee op je werk, bedank dan even de duizenden hardwerkende krachtcentrales in je cellen!
Jeroen van Duursen, 24 december 2025
Waarom jouw lichaam de coach tegenspreekt: 4 verrassende waarheden uit de schaatsbiomechanica
Inleiding: de Zoektocht naar de perfecte techniek
We hebben allemaal een beeld van de perfecte atleet. Of het nu gaat om een schaatser, een tennisser of een hardloper, we geloven vaak in een ideaalplaatje: die ene, perfecte techniek die de sleutel is tot succes. Coaches prediken het, sporters streven ernaar en analyses worden erop gebaseerd. Maar wat als dit ideaal helemaal niet bestaat? Wat als de zoektocht naar die ene, universele stijl niet alleen inefficiënt is, maar zelfs schadelijk?Dit is precies het uitgangspunt van de ActionTypes® Benadering, een methode die onthult dat elke sporter een uniek, aangeboren patroon van bewegen heeft. Het is geen kwestie van goed of fout, maar van wat natuurlijk is voor jouw lichaam. In dit artikel duiken we in de meest verrassende en impactvolle inzichten uit deze benadering, die direct ingaan tegen veel conventionele wijsheden over training en techniek. Bereid je voor om je kijk op topprestaties voorgoed te veranderen.
1. De Gevaarlijke Mythe: Er Bestaat een 'Ideale' Schaatsstijl
Het meest fundamentele inzicht is misschien wel het meest schokkende: de 'ideale' schaatstechniek is een mythe.
Ieder lichaam is neurologisch en motorisch uniek georganiseerd. Een
techniek die voor de ene wereldkampioen perfect werkt, kan voor een
ander juist prestaties blokkeren. Het proberen te kopiëren van een stijl
die niet bij je past, leidt tot een "storing in de sensorimotorische
intelligentie".Je
lichaam wordt gedwongen om te compenseren voor de onnatuurlijke
beweging. Dit leidt niet alleen tot onnodige spierspanning en
inefficiëntie, maar verhoogt ook de kans op blessures. Oude pijntjes en
zwakke plekken, het zogenaamde "oud zeer", kunnen plotseling weer de kop
opsteken omdat het lichaam onder onnatuurlijke stress wordt gezet. De
focus moet daarom niet liggen op het imiteren van een ander, maar op het
versterken van je eigen, intrinsieke bewegingspatroon.Het
dwingen van een sporter in een niet-natuurlijke bewegingsstijl creëert
een storing in de sensorimotorische intelligentie, wat leidt tot de
noodzaak van compensatie. Deze compensatie is een directe oorzaak van
onnodige spanning en kan bijdragen aan blessuregevoeligheid...
2. Top-Down versus Bottom-Up: waar begint jouw beweging echt?
Niet elke beweging begint op dezelfde plek. Dit onderscheid tussen 'S-Types' en 'N-Types' heeft enorme gevolgen voor de schaatshouding, techniek en zelfs materiaalkeuze.De S-Type (Sensing) schaatser is een 'Bottom-up' beweger. De beweging start bij de extremiteiten: de voeten en onderbenen. Voor hen is de enkel een actieve regulator die constant contact en druk met het ijs zoekt. Een diepe enkelbuiging (dorsiflexie) is essentieel om het scheenbeen (tibia) correct uit te lijnen. Aangezien de tibia het primaire gewichtdragende bot is, zorgt deze uitlijning ervoor dat de 'Bottom-up'-kracht vanaf het ijs optimaal wordt overgebracht. Zij 'voelen' de beweging vanaf de grond omhoog.De N-Type (iNtuition) schaatser is daarentegen een 'Top-down' beweger. De initiatie komt vanuit de romp of zelfs het hoofd, en de benen en voeten volgen deze beweging. Voor hen is de enkelbuiging een passief gevolg van de positie van de heupen en het bovenlichaam. De enkel past zich aan de grotere beweging aan, in plaats van deze te sturen.Dit inzicht is cruciaal. Een N-type dwingen om een diepe, gefixeerde enkelhoek aan te nemen – een typische S-type techniek – blokkeert hun volledige natuurlijke bewegingsketen. Het resultaat is een stijve, geforceerde en inefficiënte schaatsslag. Dit vertaalt zich zelfs naar het materiaal: S-types hebben baat bij een stijve, responsieve schaatsschoen voor precieze feedback, terwijl N-types juist gebaat kunnen zijn bij meer flexibiliteit rond de enkel om hun vloeiende, top-down beweging niet te hinderen.
3. 4 Funcionele motorische stijlen; in welke herken jij jezelf?
Je cognitieve en functionele voorkeuren vertalen zich direct naar een herkenbare stijl op het ijs. De vier functionele procesparen (ST, SF, NT, NF) uit de ActionTypes benadering manifesteren zich als vier verschillende motorische profielen, elk met hun eigen kracht en valkuil.
• ST (De Objectieve Machine): Focust op mechanische efficiëntie. De bewegingen zijn strak, reproduceerbaar en gericht op meetbare data zoals exacte hoeken en drukcurves. ◦ Valkuil: Rigiditeit. De sterke focus op data kan ervoor zorgen dat ze het grotere, vloeiende patroon van de beweging uit het oog verliezen.
• SF (De Praktische Ondersteuner): Zoekt naar ritmische perfectie en harmonie. De stijl is vloeiend, bijna dansend, en sterk afhankelijk van het 'juiste gevoel' en comfort in de beweging. ◦ Valkuil: Kan objectieve, harde data negeren ten gunste van een subjectief gevoel of de mening van een vertrouwde coach.
• NT (De Strategische Architect): Benadert de schaatsslag als een wetenschappelijke formule die systematisch geoptimaliseerd kan worden. Deze schaatser is analytisch en blinkt uit in het toepassen van complexe, theoretische principes. ◦ Valkuil: Kan vast komen te zitten in de eigen 'mentale blauwdruk' en praktische details negeren die niet in het theoretische model passen.
• NF (De Expressieve Potentieel-Ontwikkelaar): Zoekt naar dynamische expressie in de beweging. De techniek is vaak flexibel en onconventioneel. Deze schaatser reageert uitzonderlijk goed op beelden en metaforen om het eigen potentieel te ontsluiten. ◦ Valkuil: De focus op potentieel en symboliek kan ervoor zorgen dat fundamentele mechanische vereisten of praktische data worden genegeerd.
4. Van Spierketens tot Zicht: De Verborgen Details die Prestaties Bepalen
Optimale prestaties zitten in details die we vaak over het hoofd zien. Een cruciaal onderscheid is de voorkeur voor fijne motoriek versus grove motoriek. Schaatsers die organiseren vanuit fijne Motoriek bezitten een uitzonderlijk tactiel gevoel en kunnen minieme micro-correcties uitvoeren met hun voeten. Degenen met een voorkeur voor Grove Motoriek organiseren hun kracht vanuit de grote spierketens (romp, heupen), wat resulteert in een massale, explosieve en brede afzet. Geen van beide is 'beter'; het zijn twee verschillende, neurologisch efficiënte oplossingen voor hetzelfde probleem. Conclusie: Luister Naar Je Lichaam. De boodschap is duidelijk: de weg naar topprestaties is geen eenrichtingsverkeer. Het gaat niet om het kopiëren van een idool of het blindelings volgen van een coach, maar om het begrijpen en respecteren van de unieke blauwdruk van je eigen lichaam. Door te werken mét je natuurlijke voorkeuren in plaats van ertegenin, ontgrendel je niet alleen meer snelheid en efficiëntie, maar ook meer plezier en een duurzamere sportcarrière. De ware kunst van coaching en zelfverbetering ligt in het personaliseren van de aanpak. De antwoorden liggen niet in een handboek, maar in het lichaam zelf.
1.0 Introductie: ActionType®-benadering bij therapie en sport
De ActionType®-benadering, gebouwd op het fundamentele werk van Carl Gustav Jung en verder ontwikkeld door pioniers als Bertrand Théraulaz, Ralph Hippolyte en Peter Murphy, biedt het noodzakelijke raamwerk om een geïndividualiseerde filosofie in de praktijk toe te passen. Het werkt volgens het kernprincipe van synergie tussen de cognitie, emoties en motorische vaardigheden van een mens. Door deze onderling verbonden elementen in kaart te brengen, kan een coach of therapeut instructies op maat geven die resoneren met de patient of speler, waardoor hun technische en mentale ontwikkeling drastisch wordt versneld en herstel na blessures vlot verloopt.
De geloofwaardigheid van dit model is goed gevestigd. ActionType® is in de loop van drie decennia geëvolueerd door vele tests met duizenden atleten en is een bewezen onderdeel van de elitesportwetenschap. De opname ervan in het NOC*NSF coach-curriculum in Nederland en de succesvolle toepassing ervan in het professionele voetbal onderstrepen de status als toegepaste wetenschap voor prestatieverbetering.
2.0 De 4 motorische profielen en hun cognitieve kernmerken: hoe begrijpen ze de aangeboden informatie in de praktijk en op het veld.
Om een team effectief te managen, moet een coach eerst de verschillende cognitieve en besluitvormingsvoorkeuren van elke speler begrijpen. De vier functionele groepen – ST, SF, NT en NF – bieden de strategische blauwdruk voor dit begrip. Deze profielen bepalen hoe spelers het spel waarnemen, instructies verwerken, cruciale beslissingen op het veld nemen en wat hen fundamenteel motiveert. Het herkennen van deze verschillen is de eerste stap naar het optimaliseren van individuele prestaties en teaminteractie.
Effectief coachen vereist het differentiëren van instructies over drie cruciale, onderling verbonden assen die de basis vormen van het profiel van een speler. De eerste zijn de Cognitieve Assen, die bepalen hoe een speler informatie verwerkt (Sensing vs. iNtuition) en beslissingen neemt (Thinking vs. Feeling). De tweede is de Motorische As, die de natuurlijke en meest efficiënte bewegingspatronen van een speler bepaalt. Ten slotte vertegenwoordigt de Motivationele As, gedefinieerd door de Deep Motivational Drivers (DMDs) van een speler, hun fundamentele "startmotor" voor actie en toewijding. De vier profielen die volgen, zijn een synthese van deze assen en bieden een praktische gids voor het cognitieve DNA van uw team.
2.1 Het ST Profiel: De Pragmaticus
Sporters met een ST (Sensing/Thinking) profiel zijn geworteld in de realiteit en logica. Ze zijn betrouwbaar en waarderen structuur, waardoor ze betrouwbare uitvoerders zijn van een goed gedefinieerd spelplan.
Primaire Focus: Feiten en Gegevens. Ze zijn het meest bezig met wat echt, objectief en bewezen is.
Informatiebehoeften: Vereist realistische, praktische en objectieve informatie. Ze gedijen bij duidelijke processen en willen het systeem begrijpen.
Logica voor Besluitvorming: Vertrouwt op onpersoonlijke analyse en vastgestelde processen. Beslissingen worden genomen op basis van logische gevolgen en efficiëntie.
2.2 Het SF Profiel: De Harmoniseerder
Sporters met een SF (Sensing/Feeling) profiel zijn ook gericht op concrete feiten, maar ze filteren deze informatie door een lens van persoonlijke waarden en relationele impact. Zij zijn de sociale lijm van het team, gemotiveerd door harmonie en collectief succes.
Primaire Focus: Feiten en Waarden. Ze houden rekening met de concrete details naast de meningen van mensen die ze respecteren.
Informatiebehoeften: Vereist specifieke feiten geleverd met persoonlijke warmte en een vriendelijke, sympathieke stijl.
Logica voor Besluitvorming: Vertrouwt op persoonlijke waarden en de impact van een beslissing op andere mensen. Ze geven prioriteit aan teamsamenhang en relaties.
2.3 Het NT Profiel: De Strateeg
Sporters met een NT (iNtuition/Thinking) profiel zijn conceptuele en analytische denkers. Ze worden gedreven om de onderliggende patronen en mogelijkheden van het spel te begrijpen, voortdurend op zoek naar een ingenieuzere of effectievere strategie.
Primaire Focus: Mogelijkheden en Gegevens. Ze zijn het meest geïnteresseerd in systemische patronen en theoretische modellen.
Informatiebehoeften: Vereist logische en ingenieuze concepten geleverd door onpersoonlijke analyse. Ze willen het "waarom" achter de strategie begrijpen.
Logica voor Besluitvorming: Vertrouwt op logische en systematische analyse van patronen om de resultaten te maximaliseren. Ze negeren details die niet in het grotere strategische plaatje passen.
2.4 Het NF Profiel: De Visionair
Sporters met een NF (iNtuition/Feeling) profiel worden gedreven door een visie op wat zou kunnen zijn en een diep gevoel van persoonlijke waarden. Ze worden gemotiveerd door persoonlijke groei, potentieel en het bijdragen aan een zinvolle zaak.
Primaire Focus: Mogelijkheden en Waarden. Ze worden geïnspireerd door een meeslepende visie en communiceren via metaforen en symbolische taal.
Informatiebehoeften: Vereist een enthousiaste en inzichtelijke leveringsstijl die aansluit bij hun persoonlijke waarden en hen inspireert tot een groter doel.
Logica voor Besluitvorming: Vertrouwt op persoonlijke waarden en het potentieel voor groei. Ze zijn gericht op mensen en hoe ze hen kunnen helpen zich te ontwikkelen.
De volgende alinea biedt een snelgids om deze kernspelersprofielen te helpen identificeren en ermee te communiceren tijdens training en competitie:
Profiel Primaire Focus Voorkeursinformatie Optimale Coachingsstijl
ST Feiten, Gegevens Specifieke feiten; kan patronen negeren Praktisch en Zakelijk, Onpersoonlijke Analyse
SF Feiten, Waarden Meningen van specifieke mensen; kan harde gegevens negeren Sympathiek en Vriendelijk, Persoonlijke Warmte
NT Mogelijkheden, Gegevens Systematische patronen; kan details negeren Logisch en Ingenieus, Onpersoonlijke Analyse
NF Mogelijkheden, Waarden Symbolen, metaforen; kan praktische gegevens negeren Enthousiast en Inzichtelijk, Persoonlijke Warmte
Deze wijze van benaderen van een sporter en in het werken in de osteopathie- of fysiotherapie praktijk niet verschillend. Hoe leg je als behandelaar uit wat je doet en hoe geef je aan waarom je bijvoorbeeld de ene patient een diepe squat laat doen en de volgende juist niet? Voor meer info kijk ook op www.actiontype.nl. Naslagwerk: TotaalcoachenXL.
Jeroen van Duursen, 30 november 2025
----------